De lesopzet van de Landmeter in de Klas bestaat uit drie modules: meten, kaarten en navigatie. Elke module bestaat uit verschillende opdrachten die de landmeter combineert tot een complete les met de focus geschiedenis, aardrijkskunde en rekenen/wiskunde.
Meten In deze module staat het meten en de maateenheden centraal. Leerlingen leren moderne en oude maten kennen. Ze meten zichzelf en objecten in hun omgeving, gaan buiten aan het werk met ouderwetse meetkettingen en moderne meetlinten. In deze module draait het om precies meten en zo goed mogelijk schatten.
Kaarten Leerlingen leren verschillende soorten kaarten kennen: oude en nieuwe kaarten, landkaarten en thematische kaarten. Hoe kun je een deel van je omgeving zo goed mogelijk in kaart brengen? Hoe gebruik je daarvoor schaal, kleur en vorm?
Navigatie Hoe kom je van de ene plaats naar de andere plaats? En hoe voorkom je dat je verkeerd rijdt of vaart? Hoe beschrijf je je route zodat anderen dezelfde reis kunnen maken? Dat zijn de thema’s van deze module.
